Hoe verbeter je de balans van een jong paard onder het zadel?

W
Willem van Dijk
Expert in duurzame veehouderijsystemen
Training & Techniek · 2026-02-15 · 8 min leestijd

Een jong paard in balans brengen onder het zadel voelt soms als een complexe puzzel.

Je wilt het beestje niet overvragen, maar je wilt wel resultaat zien. De basis voor een sterk, duurzaam sportpaard leg je nu, in de eerste jaren. Wees eerlijk: een onstabiele jonge hengst die met zijn achterhand slingert, daar word je niet vrolijk van.

Je wilt een paard dat vanuit zichzelf correct beweegt, met een rug die omhoog komt en een voorbeen dat vrij voorwaarts gaat. Dit is de handleiding die je nodig hebt, zonder poespas. We gaan voor een solide basis die jaren meegaat.

Voorbereiding: Wat je echt nodig hebt

Voordat je opstapt, check je de basis. Een jong paard heeft geen ellenlange trainingssessies nodig, maar wel kwaliteit.

Zorg dat je materiaal op orde is. Een goed passend hoofdstel is essentieel.

Denk aan een anatomisch hoofdstel van bijvoorbeeld PS of Kentucky (rond de €200-€250) om druk op de neus te vermijden. Je zadel moet perfect liggen; een drukmeting is hier geen overbodige luxe. Een goed zadel van Stübben of Bates kost zo tussen de €1500 en €2500, maar het bespaart je blessures en trainingstijd.

Wat je zelf mee moet brengen? Geduld. En een longeerlijn van circa 8 meter.

We werken vanaf de grond voordat we opstappen. Zorg dat je werkhalster en goed passend tuig bij de hand hebt. Het gaat erom dat het paard leert dragen, niet slepen. Een goed bit, bijvoorbeeld een eenvoudig recht model van 14mm, is vaak voldoende voor deze fase. Zorg dat de trainingsruimte veilig is: een afgesloten bak of paddock van minimaal 20x40 meter geeft je de ruimte om fouten op te vangen.

Stap 1: De voorwaartse drang activeren (vanaf de grond)

Je paard moet leren voorwaarts te bewegen op je hulpen. Zonder druk, geen reactie.

We beginnen met longeren. Zet het paard in de hoefslag, linkerhand. Gebruik je longeerstok (of je zweep) om een punt te maken net achter het singelgebied. Niet slaan!

Het is een drukpunt. Wanneer het paard reageert, neem je de druk direct weg.

Het paard leert: "Oh, als ik voorwaarts ga, stopt die irritante druk." Probeer het paard in draf te krijgen. Laat hem eerst een ronde of 3-4 stappen.

Beloon met je stem ("Goed zo!") en neem de druk weg. Herhaal dit. De bedoeling is dat het paard actief wordt met de achterbenen onder de massa.

Een veelgemaakte fout is te snel te veel druk geven. Het paard raakt overstuur of gaat rennen. Blijf kalm.

Een jong paard moet leren dat 'dragen' fijner is dan 'slepen'. De rust in het lijf ontstaat pas als het de spieren gebruikt om het gewicht te dragen.

Je doel is een rustig, regelmatig tempo van ongeveer 10 minuten per keer. Let op de houding van het paard. Gaat de neus te ver naar voren (ontspannen) of omhoog (gespannen)? Een paard dat te diep gaat, kan de rug niet optillen.

Een paard dat te hoog draagt, gebruikt de nekspieren te veel. Zoek de balans in het midden.

Doe dit elke training, de eerste 5 tot 10 minuten. Herhaling is de sleutel.

Stap 2: De verbinding zoeken (onder het zadel)

Nu je paard voorwaarts beweegt, ga je opstappen. Wees voorbereid: het paard zal waarschijnlijk even protesten of onzeker zijn. Blijf kalm.

Eerst stappen we 10 minuten rond de bak om het paard los te maken. Geen wissels, geen hoeken van 90 graden. Grote, ronde bewegingen. De volgende stap is het aannemen van de teugel.

Je vraagt om contact door je ellebogen te ontspannen en je handen stabiel te houden (op de schoft van het paard). Wanneer het paard tegen de teugel gaat duwen of het hoofd omhoog gooit, moet je een "reactie" geven.

Dit is geen ruk aan het bit. Het is een korte, snelle correctie van 2 à 3 centimeter met je vingertoppen.

Op het moment dat het paard het contact accepteert (hoofd zakt, kaak ontspant), geef je direct weer wat bewegingsvrijheid. Veel ruiters maken de fout te blijven trekken. "Als ik maar genoeg trek, komt het hoofd omlaag." Dit is verkeerd. Het paard moet de rug ontspannen en de buikspieren gebruiken.

Trekken zorgt voor een opgetrokken rug en een starre hals. Probeer eens een "halve parade": even iets meer druk geven en dan direct weer loslaten. Zo leer je het paard om op het bit te steunen in plaats van er tegenaan te duwen.

Stap 3: Rechtrichten en het been begrijpen

Een jong paard loopt vaak scheef. De achterhand slingert naar buiten of de schouders draaien.

We moeten het paard leren "recht" te lopen. Dit betekent dat de voor- en achterbenen in twee sporen lopen. Gebruik je been aan de kant waar het paard de grootste boog maakt. Dus: als het paard met de kont naar buiten zwemt, geef je met je binnenbeen (het been aan de kant van de binnenboog) druk om het paard recht te duwen, een essentiële basis als je later verantwoord de piaffe en passage wilt trainen.

De maatvoering is hier belangrijk. We werken in stap en draf.

Probeer een vierkant te rijden. Rijd een rechte lijn van 20 meter.

Controleer of je paard recht is. Een handige truc: kijk naar de voetstappen in de zandbak. Lopen de achtervoeten in de sporen van de voorvoeten? Top. Lopen ze ernaast?

Dan is het paard scheef. Corrigeer direct. Gebruik je been maar kort.

Een druk van 1 seconde is vaak genoeg. Wacht niet tot het paard weer scheefgaat, maar probeer het paard constant "in je been" te houden. Een veelgemaakte fout is het been te lang laten liggen.

Het paard went aan de druk en reageert niet meer. Even kort aan, en dan weer los.

Denk aan een tikje, niet een duw.

Stap 4: Tempo en het ritme bewaken

Balans heeft alles te maken met tempo. Een jong paard dat te snel gaat, kan niet nadenken.

Het raakt oververhit en de spieren verkrampen. Je moet het tempo eruit halen. Doe dit door een "pas op de plaats" te vragen.

Wanneer het paard te snel draf, zit je iets steviger en sluit je je vingers kort om de teugel. Zorg dat je been er af en toe af kan.

Als het paard stilvalt, is dat niet erg. Even wachten, en dan weer vragen om voorwaarts te gaan.

Een ritme van ongeveer 100 stappen per minuut in draf is een goed streven voor een jong paard. Tel maar eens: "Een-twee-een-twee". Te snel? Remmen. Te langzaam? Activeren. Dit ritme zorgt ervoor dat het paard de tijd heeft om de achterbenen onder de massa te zetten. Zonder ritme is er geen balans.

Let op de wissels. Een jong paard heeft moeite met wisselen van linker- naar rechterhand.

Begin met een eenvoudige hoek van 20 meter. Rijd de hoek en blijf in hetzelfde tempo. Gebruik je binnenbeen om de boog te houden en je buitenbeen om te voorkomen dat de kont naar buiten schiet.

Wissel pas van hand als het paard stabiel is in de hoek.

Doe dit de eerste 2 maanden alleen in stap. Pas daarna in draf.

Stap 5: De galop en de "sprong" vooruit

De galop is de ultieme test voor balans. Een jong paard moet leren galopperen vanuit de draf, niet vanuit de stap (dat levert meestal een verkeerde galop op).

Zorg dat je paard in een actieve draf loopt. Vraag nu met je kuit en gewicht de galop aan. Zeker als je de stap van een telganger wilt verbeteren, moet de overgang scherp zijn.

Het paard moet met de achterbenen onder de massa aanzetten. Train de sprongkracht verantwoord door de galop eerst maar 10 tot 15 seconden aan te houden.

Dan terug naar draf. Herhaal dit. De focus ligt op de kwaliteit van de aanzet. Is de galop onrustig?

Ga terug naar draf. Is het paard te snel?

Vraag om een vertraging door je zwaartepunt lager te maken en de teugel iets te geven (niet trekken!).

Veel ruiters vragen galop door hun been te blijven slaan. Dit zorgt ervoor dat het paard met de voorhand gaat lopen en de rug verstijft. De juiste hulp is: been kort aan, lichaam meehelpen, en de teugel geven zodat het paard de neus vrij kan bewegen. Een jong paard galoppeert vaak te diep (neus laag).

Probeer de neus iets omhoog te krijgen zodat de schouders omhoog kunnen. Dit voelt zwaar, maar het is nodig voor de balans.

Verificatie-checklist

Om te controleren of je op de goede weg bent, loop je deze punten na. Doe dit na elke training. Ben je eerlijk?

Als je bij de meeste punten "ja" kunt antwoorden, heb je een stap gezet in de goede richting.

Vergeet niet: duurzame veehouderij en training gaat om de lange termijn. Een dagje overslaan is niet erg. Een blessure oplopen door te fanatiek zijn, is zonde van je investering. Blijf oefenen, blijf letten op de details, en het paard zal je belonen met een prachtige balans.

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Training & Techniek
Ga naar overzicht →
W
Over Willem van Dijk

Willem adviseert veehouders over duurzame en efficiënte bedrijfsvoering met oog voor dierwelzijn.

Op de hoogte blijven?
Ontvang praktische tips en reviews. Geen spam.
Geen spam. Je gegevens worden niet gedeeld.